TAALWEETJE | Gebruik je nou hun of hen?

Taalweetje | De Kantooropleider

Hoe is het ook alweer?

Ik speel hun de bal toe.

of

Ik speel hen de bal toe.

Voor het gebruik van hun en hen zijn regels. Als je de volgende regels in acht neemt, gebruik je hun en hen vrijwel altijd goed.

Regel 1: Als het een bezittelijk voornaamwoord is, gebruik je altijd hun. Zoals in: hun huis, hun auto, hun werk.

Regel 2: Zonder voorzetsel gebruik je hun, behalve als het om een lijdend voorwerp gaat (zie regel 4). Dus: Ik schenk hun een kop koffie in. Ik geef hun een compliment. En ja hoor: Ik speel hun de bal toe.

Regel 3: Na een voorzetsel gebruik je (meestal) hen. Bijvoorbeeld: Ik ga met hen naar huis. Ik geef aan hen de voorkeur. Ik kom voor hen op. Maar niet bij: Ik loop over hun land (hun staat wel achter een voorzetsel, maar is hier bezittelijk voornaamwoord, dus hun).

Regel 4: Als het een lijdend voorwerp is, gebruik je altijd hen. Dus: Ik stuur hen weg. Ik betrap hen in mijn tuin. Wie gelooft hen nu nog? Ik kijk hen aan.

Pas op: taalkundigen mogen kritiek hebben op deze uitleg, omdat deze niet helemaal compleet is. Maar voor het dagelijks gebruik mag je ervan uitgaan, dat je het in minstens 95% van de gevallen goed doet, als je deze regels juist toepast. Succes!

Dit bericht delen via je social media? Dat kan natuurlijk door op de onderstaande knop(pen) te klikken!

Share