De schoolmeester | Het examen

Het was najaar 1976. Ruim een half jaar daarvoor was ik in het onderwijs gestapt, zonder nog over de vereiste papieren te beschikken. Net voor de zomer van 1976 legde ik mijn examens voor mijn onderwijsakte met goed gevolg af, dus mijn aanstelling kon worden verlengd. Maar in die jaren was het zo, dat je ook nog je onderwijskundige verklaring moest verkrijgen om je bevoegd docent te kunnen noemen. Mijn directeur vond dan ook dat ik nog even aan de bak moest: een examen onderwijskunde, een boekenlijst van saaie onderwijskundige boeken. Zuchtend begon ik aan die opdracht, want leraren hadden het niet zo op die onderwijskundige verklaring. Wat nou onderwijskunde, wij staan toch al voor de klas? Moeten we ons laten bevragen door wat theoretici, die nog nooit een leerling van dichtbij hebben gezien? Wij zijn toch de echte deskundigen? Dat soort sentimenten dus.

In mijn jeugdige hoogmoed besloot ik, dat het om een onzinnig examen ging. Ik leverde een boekenlijst in van 10 onderwijskundige boeken, waarvan ik er niet een gelezen had. In dat bewuste najaar 1976 begaf ik me welgemoed naar Leiden, waar het examen afgenomen werd. Daar ontmoette ik een studiegenoot, die enigszins wit om de neus zag. Hij had een baan als onderwijzer in het westen van het land, en had uitstel voor militaire dienst gekregen op basis van onmisbaarheid. Dat kon in die jaren, als de directeur van de school een verklaring afgaf dat de bewuste persoon niet gemist kon worden in het onderwijsteam. Maar dat uitstel liep ten einde en kon niet verlengd worden, omdat mijn studiegenoot net als ik nog niet over een onderwijskundige verklaring beschikte. Voor hem hing veel van het examen af, want als hij niet slaagde zou zijn arbeidscontract ontbonden worden en moest hij eerst in militaire dienst. Best lastig, als je een jonge vrouw en een pasgeboren baby hebt. In die jaren was het nog vrij normaal dat er één kostwinner in het gezin was.

Het examen werd mondeling afgenomen. Op de ter plaatse verstrekte lijst lazen wij dat mijn studiegenoot een bekend en gevreesd onderwijskundige als examinator had. Gevreesd, omdat de man bekend stond als iemand die vond dat je veel parate kennis moest hebben. Definities van allerlei begrippen, en zo. Mijn examinator was een voor mij onbekende naam, en bleek een vrouw van rond de 40 te zijn die mij vriendelijk ontving. Na enkele stroeve antwoorden van mijn kant op vragen over de theorie en over de door mij gelezen(?) boeken, zei ze: ‘Je werkt toch al in het onderwijs? Vertel me nou eens hoe jij daar met je mbo-leerlingen omgaat.’ Er ontstond een boeiend gesprek over de onderwijspraktijk en over allerlei voorvallen in mijn eigen lespraktijk. Met een goed gevoel nam ik afscheid en ontmoette mijn studiegenoot, die diepbedroefd in de kantine zat. De eerste vraag van zijn examinator luidde: geef de definitie van onderwijskunde. Toen de zenuwachtige examenkandidaat daar wat aarzelend op probeerde te antwoorden, was de reactie: ‘Waarom kom je eigenlijk examen doen? Als je niet eens weet wat onderwijskunde is, heb je hier niets te zoeken.’ Dat begon al goed dus, en het werd gedurende het examen ook niet meer beter.

Na de lunchpauze werden wij weer bij onze examinator verwacht, die ons de uitslag van het examen zou meedelen. Ja, ja, zo ging dat in die jaren nog met examens. Mijn examinatrice begon mij te feliciteren en vertelde me dat ik het cijfer 6 had behaald. In de toelichting zei ze: ‘Ik had wel in de gaten dat je niet heel veel energie in de theorie hebt gestopt. Daarom geef ik je niet hoger dan een 6. Maar wij hadden zo’n leuk gesprek over de manier waarop jij in het onderwijs werkt, dat ik dacht: als mijn kinderen naar het mbo zouden gaan, dan zou ik willen dat ze een leraar als jij krijgen.’ Terug in de kantine bleek mijn studiegenoot kansloos gezakt te zijn.

‘Als mijn kinderen naar het mbo zouden gaan, zou ik willen dat ze een leraar als jij krijgen.’ Je bent jong en druk met het inrichten van je leven. Je denkt er niet te lang over na en gaat over tot de orde van de dag. Pas toen het einde van mijn onderwijscarrière in zicht kwam, begon het terugkijken. Waar kwam toch die passie voor het onderwijs vandaan, die drive om leerlingen en cursisten vooruit te helpen. Pas toen ging ik begrijpen hoe belangrijk die woorden voor mij geweest zijn. Het is belangrijk voor kinderen om een leraar te krijgen die oog voor hen heeft! Stel dat mijn studiegenoot mijn examinatrice had gehad en ik de zijne. Misschien was ik dan überhaupt niet meer in het onderwijs werkzaam. Eigenlijk zou ik die examinatrice nog wel eens willen spreken. Haar vertellen hoe belangrijk haar woorden voor mijn onderwijscarrière waren en haar daarvoor bedanken. Maar ja, hoe heette ze ook alweer en zou ze eigenlijk nog wel in leven zijn?

Binnenkort ontmoet ik haar. Ze leeft nog, is een hoogbejaarde dame. En ik krijg de kans haar te vertellen wat zij, zonder dat ze het wist, voor mij betekend heeft.

Wist u, dat:

  • Examenbureau LSSO ook als missie heeft mensen vooruit te helpen in het leven?
  • Dat het onderwijs voor LSSO-examens, zoals De Kantooropleider dat verzorgt, ook op dat principe is gebaseerd?
  • Dat het Examenbureau objectief controleert of de examenkandidaat aan de eisen voldoet, maar daarbij wel oog houdt voor de mens achter de kandidaat?

Dit bericht delen via je social media? Dat kan natuurlijk door op de onderstaande knop(pen) te klikken!

Share